normoverschrijdingen

Normoverschrijdingen van insecticiden in oppervlaktewater.

Antwoord Minister op Kamervragen over het gehalte imidacloprid in oppervlaktewater

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Bestrijdingsmiddelen in oppervlaktenwater

24 september 2009 - kamerstuk

Kamerbrief met antwoorden op Kamervragen over het gehalte imidacloprid in oppervlaktewater. Verschillende partijen werken aan het convenant om bepaalde stoffen, waaronder imidacloprid, terug te dringen.

Geachte voorzitter,

Hierbij zend ik u, mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, de antwoorden op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater (nr. 2009Z14546).

Extreme Normoverschrijdingen van Imidacloprid in Nederlands oppervlaktewater in 2007

Onlangs gaven de waterschappen en waterbeheerders nieuwe meetgegevens vrij over imidacloprid in Nederlands oppervlaktewater. De toestand is zeer alarmerend: ook in 2007 zijn in het westen van Nederland extreme normoverschrijdingen van imidacloprid in het oppervlakte water gemeten. De hoogste gemeten imidacloprid concentratie (15 maart 2007) overschreed meer dan 4.000 keer de (ad hoc) MTR (maximaal toelaatbaar risiconiveau) norm voor oppervlaktewater. Veel normoverschrijdingen in de Randstad liggen veel hoger dan de imidacloprid concentraties die in laboratorium studies binnen enkele dagen sterfte van insecten veroorzaken.

Bollenteelt op zandgrond belast het oppervlaktewater met bestrijdingsmiddelen

Het overgrote deel van de neerslag zal in de bodem infiltreren en een hoog percentage van de neerslag zal naar de ondergrond worden afgevoerd. In het op deze wijze afgevoerde water kunnen zich opgeloste bestrijdingsmiddelen bevinden (uitspoeling). In het algemeen geldt dat zandgronden door hun chemische eigenschappen het meest kwetsbaar zullen zijn voor uitspoeling van bestrijdingsmiddelen. Dit verklaart ook waarom de bollenteelt, die zich in Nederland concentreert op een strook zandgrond van Den Helder tot Wassenaar, extreme normoverschrijdingen van bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater veroorzaakt. In Nederland stroomt het grondwater van de (middel)hoog gelegen infiltratiegebieden naar de kwelgebieden, die te vinden zijn in de laagste delen van het land. Uiteindelijk zal al het grondwater via oppervlaktewaterstelsels worden afgevoerd.

Denemarken: voorbeeldig waterbeheer

De drinkwatervoorziening in Denemarken behoort tot de beste ter wereld. Bijna al het drinkwater wordt gewonnen uit grondwater. Sinds de jaren tachtig is echter duidelijk geworden dat ook diepgelegen grondwater gevoelig is voor besmetting met meststoffen, pesticiden en andere vervuiling. Sinds 1994 worden daarom steeds meer wetten aangenomen ter bescherming van het grondwater. De grootste en de beste grondwaterreservoirs zijn aangewezen als beschermde drinkwatergebieden. Sinds 1998 is het Pesticide Leaching Assessment Programme in werking, dat al in een vroeg stadium van het gebruik van nieuwe bestrijdingsmiddelen door middel van veldonderzoek in verschillende regio's van Denemarken gegevens levert over grondwaterverontreiniging aan de voor het watermanagement verantwoordelijke Danish Environmental Protection Agency (EPA). Dergelijke gegevens kunnen tot een herziening van de toepassing van een nieuw bestrijdingsmiddel leiden.

Pesticide Leaching Leads to Groundwater Contamination

The European Plant Protection Products Registration Directive (91/414/EEC) requires that there is not an unacceptable impact on non-target organisms in the aquatic and terrestrial environment and that the annual average concentration of an active substance or relevant metabolite does not exceed 0.1 microgram per liter in any ground water. Leaching is a major process for the transport of pesticides to ground and surface water. Four factors govern the potential for groundwater contamination by pesticides passing through the soil: properties of the soil and of the pesticide, hydraulic loading (total amount of water applied to the soil) on the soil, and crop management practices. The most sensitive soil is an irrigated sandy soil with very low organic matter content. The least sensitive soil is a well-drained clayey soil with high organic matter content. Recommended methods to reduce pesticide entry into water from leaching are restricted application areas, to restrict application to products with appropriate properties to minimise leaching, to manage soil structure e.g. create fine tilth to increase sorption and retention, and to incorporate additives to soil surface e.g. organic material or stabilisers.

The Danish Pesticide Leaching Assessment Programme

The aim of the Danish Pesticide Leaching Assessment Programme initiated in 1998 is to monitor whether pesticides or their degradation products leach to groundwater under actual field conditions when applied in the prescribed manner. In cases where a pesticide or its degradation products leach to the groundwater the monitoring results generated by the programme should provide a basis for reassessment of the substance by the Danish Environmental Protection Agency. The programme presently evaluates the leaching risk of 40 pesticides and 27 metabolites at five agricultural sites ranging in size from 1.1 to 2.4 ha. The neonicotinoid insecticides imidacloprid and clothianidin were not included in this programme. The neonicotinoid insecticide thiamethoxam did not leach during the monitoring period (a highly significant result). Pronounced leaching was observed with the carbamate insecticide pirimicarb.

Leaching Behaviour of Thiamethoxam and Imidacloprid Formulations in Soil

Leaching is a major transportation process responsible for ground water contamination, which is a major concern worldwide as ground water is a source of drinking and irrigation water in many countries. An Indian study demonstrates high mobility of imidacloprid in soil and high potential for leaching. Thiamethoxam also has a potential to leach down under heavy rainfall conditions.

Extreme Normoverschrijdingen van Imidacloprid in Fruitteelt en Akkerbouw in 2008

Het Waterschap Rivierenland heeft resultaten gepubliceerd van de monitoring van gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater op agrarische monsterpunten in 2008. In de fruitteelt en akkerbouw lag de hoogst gemeten imidacloprid concentratie respectievelijk 125x en 70x boven de norm. De milieu-effectenkaart 2009 voor appel en peer geeft de kleur groen aan de giftigheid van imidacloprid voor organismen in het oppervlaktewater, terwijl imidacloprid concentraties in het oppervlaktewater die 9x of meer boven de wettelijke MTR (maximaal toelaatbaar risiconiveau) norm liggen in laboratorium studies sterfte van water insecten veroorzaken. Dit blijkt uit onderzoek van het Canadese National Water Research Institute dat in 2008 werd gepubliceerd.

Milieu-effectenkaarten boomteelt / appel / peer bagatelliseren risico's van imidacloprid

Het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) in Utrecht heeft milieu-effectenkaarten gemaakt voor agrariërs waarmee op eenvoudige wijze de milieubelasting van verschillende bestrijdingsmiddelen kan worden vergeleken, op basis van gegevens van het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (CTGB). Het wordt aanbevolen bij voorkeur 'groene middelen' (middelen met een laag aantal milieubelastingspunten) te gebruiken (oranje en rode middelen zijn schadelijker). Het voor bijen zeer giftige insecticide imidacloprid krijgt op de milieu-effecten kaarten voor de boomteelt de kleur oranje voor de mate waarin de stof kan uitspoelen naar het grondwater, en de kleur groen voor de giftigheid van de stof voor organismen in de bodem en in het oppervlaktewater. Ook de milieu-effectenkaart voor appel en peer geeft de kleur groen aan de giftigheid van imidacloprid voor organismen in het oppervlaktewater. Feit is echter dat het gebruik van imidacloprid in de boom- en fruitteelt extreme normoverschrijdingen in het oppervlaktewater veroorzaakt, en dat imidacloprid concentraties in het oppervlaktewater die 9x of meer boven de wettelijke MTR liggen in laboratorium studies sterfte van water insecten veroorzaken. Deze milieu-effecten kaarten kunnen dus wat het gebruik van imidacloprid betreft een misleidende werking op agrariërs hebben. De extreme emissies van imidacloprid en de mogelijke gevolgen daarvan (zoals bijensterfte) worden door deze milieu-effectenkaarten waarschijnlijk nauwelijks tegengewerkt.

Drinkwaternorm bestrijdingsmiddelen onderschat gevaar van imidacloprid voor bijen

De drinkwaternorm voor bestrijdingsmiddelen is 100 nanogram per liter voor individuele stoffen en 500 nanogram per liter voor het totaal aan stoffen. De drinkwaternorm is niet gebaseerd op toxicologische overwegingen maar was de detectielimiet voor de meeste werkzame stoffen toen de eerste Europese Drinkwater Richtlijn (80/778/EEC) in 1980 in werking trad. De drinkwater norm ligt daarmee slechts een factor 6 onder de imidacloprid concentratie die aantoonbaar sterfte van insecten veroorzaakt. Inwintering van bijenvolken met drinkwater dat met 100 nanogram imidacloprid per liter aan de huidige norm voldoet kan dus zeer schadelijk voor een bijenvolk zijn. De norm dient derhalve te worden herzien voor neonicotinoïde insecticiden. Imidacloprid staat nummer 1 in de toptien van meest norm-overschrijdende stoffen bij metingen in oppervlaktewater. Zowel het MTR (maximaal toelaatbaar risiconiveau) als de drinkwaternorm worden relatief vaak overschreden.

Hoogleraar Wageningen UR: 'Bepaling kwaliteitsnorm voor oppervlaktewater deugt niet'

De huidige methode die het risico van bestrijdingsmiddelen voor het milieu bepaalt, heeft geen enkele ecologische grondslag. Dat stelde bijzonder hoogleraar prof. Paul van den Brink (Chemische stress ecologie aan Wageningen Universiteit) tijdens zijn oratie op 4 december 2008. Volgens prof. Van den Brink is de huidige wetenschappelijke onderbouwing van de norm voor de algemene waterkwaliteit, het Maximaal Toelaatbaar Risico (MTR), niet toereikend om de gevolgen van normoverschrijdingen realistisch in beeld te krijgen. 'In de EU-wetgeving is nu opgenomen dat er geen onaanvaardbare effecten mogen optreden, terwijl de verantwoordelijke instanties hebben nagelaten aanvaardbare effecten te omschrijven in termen van kwantificeerbare eindpunten’, aldus Van den Brink. Van den Brink wil dat risicobeoordelaars en mensen van de industrie gezamenlijk de beschermdoelen voor het milieu vastleggen. De buitengewone leerstoel van prof. Van den Brink wordt gefinancierd uit een consortium met onder andere Syngenta, Bayer en Wageningen UR.

CTGB versoepelt waterkwaliteitsnorm voor imidacloprid na aanvraag van producent

Het College voor de Toelating van Bestrijdingmiddelen en Biociden (CTGB) is sinds 2006 bevoegd om ook de wettelijke MTR (maximaal toelaatbaar risiconiveau) vast te stellen voor de waterkwaliteitsnorm voor het oppervlaktewater voor het ministerie van VROM. In 2008 werd na een aanvraag van producent Bayer Crop Sciences de wettelijke MTR voor imidacloprid vastgesteld op 67 nanogram per liter, die een factor 5 hoger ligt dan de tot dan toe geldige ad hoc MTR van 13 nanogram per liter. Daardoor zullen vanaf 2008 minder normoverschrijdingen van imidacloprid in het oppervlaktewater worden vastgesteld. De zogenaamde Serious Risk Concentration (SRC) van imidacloprid in water (de concentratie waarbij ernstige ecotoxicologische effecten kunnen worden verwacht) werd vastgelegd op 752 microgram per liter. In een reactie beschrijft toxicoloog Henk Tennekes (www.toxicology.nl) hoe het CTGB met deze wettelijke MTR het risico voor bijen schromelijk heeft onderschat. Imidacloprid concentraties in het oppervlaktewater die 9x of meer boven de wettelijke MTR liggen (zoals in de gehele Randstad zeer regelmatig het geval is) veroorzaken in laboratorium studies sterfte van water insecten. Dit blijkt uit onderzoek van het Canadese National Water Research Institute dat in 2008 werd gepubliceerd. De SRC houdt helemaal geen rekening met de extreme giftigheid van imidacloprid voor waterinsecten en ligt een factor 1000 te hoog.

Extreme Normoverschrijdingen van Insecticiden door Glastuinbouw van Delfland in 2007

Gewasbeschermingsmiddelen vormden in 2007 nog steeds een probleem voor de watersysteemkwaliteit in het Delflandse oppervlaktewater. Negentien gewasbeschermingsmiddelen overschreden de norm. Extreme normoverschrijdingen van voor bijen zeer giftige insecticiden (carbamaten, organofosfaten en neonicotinoïden) werden veroorzaakt door de glastuinbouw. Er was sprake van een duidelijke interne belasting. Het inlaatwater uit het Brielse Meer voldeed namelijk wel aan de MTR (maximaal toelaatbare risicoconcentratie) voor vrijwel alle stoffen. "Tuinders in het Westland hebben op dit moment kwalitatief goed gietwater dat vanuit het Brielse meer het Westland wordt ingepompt. Plannen om zoetwateropslagen als het Haringvliet, het Krammer-Volkerak Zoommeer en het Brielse Meer te verzilten kunnen tot gevolg hebben dat de tuinders niet meer over zoet water beschikken", aldus de bestuurders van het Hoogheemraadschap van Delfland.

Marianne Thieme stelt Kamervragen over Bestrijdingsmiddelen in het Oppervlaktewater

Het Kamerlid Marianne Thieme (PvdD) heeft op 6 augustus 2009 vragen gesteld aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Verkeer en Waterstaat en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater. Thieme wil o.a. weten of de regering bereid is een moratorium op Imidacloprid en soortgelijke middelen in te stellen op basis van de door metingen van Rijkswaterstaat vastgestelde grootscheepse overschrijding van de normen voor oppervlaktewater.

Akkerbouw veroorzaakt oppervlaktewater verontreiniging met Imidacloprid

Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft in 2005 en 2006 in akkerbouw gebieden de bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater gemeten. Van 93 gemeten stoffen overschreden er 24 de concentratienormen (26%). Het voor bijen zeer giftige insecticide imidacloprid wordt gezien als één van de drie probleemstoffen in akkerbouw gebieden. Imidacloprid pieken zijn in mei waar te nemen veroorzaakt door aardappelbespuitingen. Het middel breekt langzaam af, waardoor het toch gedurende het hele jaar in sloten wordt teruggevonden. Onderzoek van Wetterskip Fryslan in 2009 heeft opnieuw bevestigd dat het gebruik van imidacloprid in de aardappelteelt normoverschrijdende verontreiniging van het oppervlaktewater veroorzaakt.

Spuiwater Veroorzaakt Oppervlaktewater Verontreiniging in de Glastuinbouw

In 2006 is het project 'Emissiereductie van gewasbeschermingsmiddelen vanuit de glastuinbouw' gestart. Het project is een initiatief van Bayer Crop Science, het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, - van Delfland, - van Rijnland en Waterschap Hollandse Delta en wordt in samenwerking met Wageningen UR Glastuinbouw uitgevoerd. De onderzoeksresultaten tonen aan dat spuiwater en filterspoelwater verontreiniging van het oppervlaktewater met voor bijen en andere nuttige insecten zeer giftige insecticiden veroorzaken. De allerhoogste overschrijdingswaarde van imidacloprid in spuiwater lag ruim 38.000 keer boven de norm voor oppervlaktewater. Praktijkrijpe waterzuiveringstechnieken zijn op dit moment niet beschikbaar en telers zien geen mogelijkheid emissie te beperken.

Extreme Normoverschrijdingen van Insecticiden in de Boomteelt

Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft in 2005 en 2006 op 5 locaties van boomteelt maandelijks gedurende het hele jaar de bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater gemeten. In 2005 lagen van 38 gemeten stoffen 11 stoffen boven de MTR (= maximaal toelaatbaar risiconiveau) norm (29%). In 2006 lagen van 31 gemeten stoffen 10 stoffen boven de MTR norm (32%). De hoogste gemeten concentratie van het voor bijen zeer giftige insecticide imidacloprid lag in 2005 meer dan 900x boven de norm en in 2006 meer dan 400x boven de norm. Normoverschrijdingen van andere voor bijen zeer giftige insecticiden (carbamaten en organofosfaten) werden ook in het oppervlaktewater van boomteelt locaties gemeten. De milieu-effecten kaarten voor de boomteelt van het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) bagatelliseren de risico's van imidacloprid voor de oppervlaktewaterkwaliteit en kunnen een misleidende werking op agrariërs hebben.

Extreme Normoverschrijdingen van Insecticiden in de Bollenteelt

Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft in 2005 en 2006 op 20 locaties verspreid over bollengebied bijna het hele jaar maandelijks de bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater gemeten. In 2005 lagen van 10 gemeten stoffen 4 stoffen boven de MTR (= maximaal toelaatbaar risiconiveau) norm (40%). In 2006 lagen van 9 gemeten stoffen 2 stoffen boven de MTR norm. De hoogste gemeten concentratie van het voor bijen zeer giftige insecticide imidacloprid lag in 2005 meer dan 24000x boven de norm en in 2006 meer dan 15000x boven de norm. Ook op een andere locaties van bollenteelt in het Noord-Hollands zandgebied hebben de verschillende waterschappen hoge normoverschrijdingen van imidacloprid in het oppervlaktewater gemeten sinds 2004. Hoge normoverschrijdingen van andere voor bijen zeer giftige insecticiden (carbamaten en organofosfaten) werden ook vastgesteld in bollenteelt gebieden. De bollenteelt concentreert zich in Nederland op zandgrond, dat zeer kwetsbaar is voor uitspoeling.

Extreme Normoverschrijdingen van Insecticiden in de Glastuinbouw

Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft in 2005 en 2006 in twee glastuinbouw gebieden op 4 locaties maandelijks gedurende het hele jaar de bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater gemeten. In 2005 lagen van 58 gemeten stoffen 18 stoffen boven de MTR (maximaal toelaatbaar risiconiveau) norm (31%). In 2006 lagen van 50 gemeten stoffen 14 stoffen boven de MTR norm (28%). De hoogste gemeten concentratie van het voor bijen zeer giftige insecticide imidacloprid lag in 2005 meer dan 9000x boven de norm en in 2006 meer dan 34000x boven de norm. Maar ook de concentraties van andere insecticiden (carbamaten en organofosfaten) lagen ver boven de norm. Telers erkennen dat waterstromen op glastuinbouwbedrijven resten van gewasbeschermingsmiddelen bevatten. Zowel recirculatie-, spui-, filterspoel-, condens- als bassinwater van glastuinbouwbedrijven bevatten gewasbeschermingsmiddelen. Restwater van bedrijven kan bij lozing dus het oppervlaktewater vervuilen. Vooral in spui- en filterspoelwater kunnen hoge concentraties voorkomen. Veel ondernemers zien echter op dit moment geen mogelijkheden om de emissie nog meer te beperken.

Extreme Normoverschrijdingen van Imidacloprid in de Randstad

Sinds 2004 (toen de toelating van het insecticide imidacloprid ingrijpend verruimd werd) zijn extreme normoverschrijdingen van imidacloprid in het oppervlakte water van de Randstad gemeten. De hoogste gemeten imidacloprid concentratie (19 december 2005) overschreed bijna 25.000 keer de (ad hoc) MTR (maximaal toelaatbaar risiconiveau) norm voor oppervlaktewater. De normoverschrijdingen liggen vaak veel hoger dan de imidacloprid concentraties die in laboratorium studies sterfte van honingbijen veroorzaken. De massale bijensterfte van de laatste jaren in de regio Amsterdam, Groene Hart, Bollenstreek en Rijnmond is dus mede veroorzaakt door milieuvervuiling met het voor bijen zeer giftige imidacloprid, dat o.a. wordt toegepast in de glastuinbouw, bollenteelt en boomteelt.

Moratorium op Imidacloprid in de Randstad voor Behoud Bijen

Toxicoloog Dr. Henk Tennekes (www.toxicology.nl) pleit in het Agrarisch Dagblad van 20 juli 2009 voor een onmiddelijk verbod op het gebruik van het insecticide imidacloprid in de Randstad. Aanleiding is de massale bijensterfte van de laatste jaren in de regio's Amsterdam, Groene Hart, Bollenstreek en Rijnmond, die volgens hem niet los staat van de extreme normoverschrijdingen van voor bijen zeer schadelijke insecticiden in het oppervlaktewater van de Randstad. De hoogste gemeten imidacloprid concentratie (19 december 2005) overschreed bijna 25.000 keer de ad hoc MTR (maximaal toelaatbaar risiconiveau) norm voor oppervlaktewater. In de Randstad zijn tegelijkertijd ook hoge normoverschrijdingen van andere voor bijen zeer schadelijke insecticiden (carbamaten en organofosfaten) gemeten. Imidacloprid heeft een langere halfwaarde tijd in water dan carbamaten en organofosfaten en vormt daarmee de grootste bedreiging voor nuttige insecten. De Stichting Natuur en Milieu gaat nog een stap verder en eist intrekking van de toelating van imidacloprid in Nederland.

Hoge Normoverschrijdingen van Carbamaten en Organofosfaten in Nederland

Naast de enorme normoverschrijdingen van het voor bijen zeer schadelijke imidacloprid in het oppervlaktewater van de Randstad zijn sinds 2004 ook hoge normoverschrijdingen gemeten van andere voor bijen zeer giftige insecticiden, met name carbamaten en organofosfaten. In 2007 was er nog steeds veelvuldig gebruik van organofosfaten in de glastuinbouw van Zuid-Holland. Extreme normoverschrijdingen van dichloorvos werden gemeten in het Westland. De toepassing van carbendazim in de bollenteelt en boomteelt veroorzaakt ook hoge normoverschrijdingen in de Randstad. In Brabant en Limburg werden in 2007 hoge normoverschrijdingen van chloorpyrifos gemeten.

Imidacloprid in alarmerende hoeveelheden in het Nederlandse oppervlaktewater

[Bijgewerkt op 19 mei 2009]
In een rapport van Alterra uit 2006 zijn emissies van bestrijdingsmiddelen uit de Nederlandse land- en tuinbouw in kaart gebracht. De normoverschrijdingen zijn het ergst bij de bloembollenteelt en de glastuinbouw.

Het rapport heeft niet naar de risico's voor bijen gekeken maar heeft wel veel voor de bijenhouderij alarmerende concentraties imidacloprid in het oppervlaktewater gevonden. Via bloeiende planten langs de slootkanten kunnen bijen er aan worden blootgesteld en ook via planten die water krijgen uit vervuilde sloten. Omdat imidacloprid een systemisch insecticide is wat zeer effectief door de wortels wordt opgenomen en in de sapstroom van de plant terecht komt, zijn de te verwachten concentraties in de planten (en dus pollen en nectar) in deze gebieden naar verwachting aanmerkelijk hoger dan de concentraties in het water, en die zijn al zeer alarmerend. Bovendien fourageren bijen ook rechtstreeks op water en voeden het broed hiermee. Op sommige meetpunten zit de concentratie imidacloprid in het water maar liefst 300 keer boven het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR = 0.013 µg/L voor Imidacloprid, waarden van 4 µg/L zijn gemeten).
Er zijn 218 metingen in 2006 die boven de 5*MTR uitkomen (de rode stippen op onderstaande kaart), uitgaand van de 2006 MTR van 0.013 µg/l. De mediaan is 0.31 µg/l (dus op de helft van de rode punten op de kaart zit imidacloprid 24x of meer boven de MTR) en het gemiddelde van de rode stippen is 0.49 µg/l (dus gemiddeld zit op een rode stip op de kaart de concentratie 37x boven de MTR norm).



Kaart van normoverschrijdingen Imidacloprid in Nederlands Oppervlaktewater 2006
Bron: Bestrijdingsmiddelenatlas
[Centrum voor Milieuwetenschappen, Universiteit Leiden en Rijkswaterstaat-Waterdienst, download datum kaartje 9 mei 2009]



Op het bovenstaand plaatje rechts de actuele sterftecijfers van bijenvolken zoals Romée van der Zee die heeft gevonden voor het jaar 2008 in haar monitoringprogramma. (Imkers van Nederland: het is cruciaal voor ons wetenschappers dat jullie de vragenlijsten van Romée invullen of je nu veel of weinig sterfte hebt, we hebben ALLE gegevens nodig, liefst van alle imkers, anders komen we er niet uit! - de link met imidacloprid is een hypothese en nog geen wetenschappelijk vastgesteld verband in Nederland, we willen weten of we op het goede spoor zitten of dat we deze factor uit kunnen sluiten en dat kan alleen met monitoringgegevens. Jullie medewerking is erg belangrijk.)

Meer nu over de gemeten overschrijdingen van het toegestane imidaclopridgehalte in Nederlands Oppervlaktewater. In een reeks documenten vonden we alarmerende feiten:

Groundwater Contamination Risk Indices For Pear And Sugar Beet Cultivations In The Province Of Ferrara

Caffarelli V., Galassi T., Mazzini F., Nencini L., Rapagnani M.R., Rossi R., Screpanti C.

ABSTRACT
Groundwater contamination risk indices are presented for 106 pesticides currently applied on two widespread cultivations in the Province of Ferrara, sugar-beet and pear-tree. The indices were evaluated on the basis of the Attenuation Factor (Rao, 1985), for six soils representative of the pedological regions of the area under study.

Determination of Pesticides Multiresidues in Shallow Groundwater in a Cotton-growing Region of Mato Grosso, Brazil

Aiming to evaluate the contamination of groundwater by pesticides in cotton growing areas, an SPE-based method (styrene-divinylbenzene copolymer - SDVB) was developed for the simultaneous determination of twelve pesticides in water by HPLC/DAD. The method was validated and average recoveries ranged from 73 to 113%, with a relative standard deviation of 2 to 16%. Detection limits ranged from 0.06 to 0.57 μg L-1. The method was applied to groundwater samples (110) from cotton fields located in “Primavera do Leste”, Mato Grosso state, Brazil.

Syndiquer le contenu