normoverschrijdingen

Normoverschrijdingen van insecticiden in oppervlaktewater.

Imidacloprid in milieu veroorzaakt insectensterfte en verklaart neergang van vogelsoorten

Watermuggen (Chironomus tentans) zijn een veelgebruikte insecten soort voor water toxiciteitstesten met bestrijdingsmiddelen. Bij blootstelling van watermuggen aan imidacloprid over een periode van 28 dagen werd door onderzoekers van het Canadese National Water Research Institute de gemiddelde letale concentratie (LC50) vastgesteld op 910 nanogram per liter. Een vergelijkbare toxiciteit is aangetoond voor honingbijen: het voeden van honingbijen op suikerwater dat 1000 nanogram imidacloprid per liter bevatte leidde na 8 dagen tot sterfte. De concentraties van imidacloprid in het oppervlaktewater van de Randstad liggen regelmatig veel hoger en vormen daarmee een dodelijke bedreiging voor insecten. Recentelijk werd ook aangetoond dat de blootstellingstijd een versterkende werking op de toxiciteit van imidacloprid voor ongewervelde dieren kan hebben. Dat betekent dat chronische blootstelling aan zeer lage imidacloprid concentraties sterfte van ongewervelde dieren tot gevolg kan hebben. Bijensterfte is dus misschien alleen maar de top van een ijsberg. Dagvlinders en weidevogels nemen in aantal af, en het aantal soorten broedvogels en dagvlinders dat als bedreigd en kwetsbaar op de Rode Lijst staat, is de afgelopen tien jaar toegenomen. Er zijn aanwijzingen voor een verband tussen de dramatische neergang van vogelsoorten in West-Nederland en insectenschaarste door milieuverontreiniging met imidacloprid en andere insecticiden (zie ook www.farmlandbirds.net). Graspieper, Veldleeuwerik en Gele Kwikstaart vertonen sinds 2000 in de laagveengebieden van West-Nederland een dramatische jaarlijkse afname van resp. 32%, 23% en 22%. Als die ontwikkeling zich doorzet zal het overgrote deel van deze vogels binnen enkele jaren uit de laagveengebieden van West-Nederland verdwenen zijn. De extreme insecticidenbelasting van het Westlandse oppervlaktewater correleert met een drastische afname van het huismussen-, spreeuwen-, en gierzwaluwenbestand in de regio Delft. De zware insecticidenbelasting van het oppervlaktewater in de regios Amsterdam en Rijnmond correleert met het uitsterven van de huismus in Amsterdam en Rotterdam. Huismus en spreeuw voeden in de nestfase hun jongen met insecten, en gierzwaluwen voeden zich uitsluitend met insecten. Ook de ontwikkeling van de weidevogels in Amstelland, de Vechtstreek en Eemland is zorgelijk. Sinds 1997-1998 gaan tureluur, slobeend, graspieper, grutto, scholekster, kievit en veldleeuwerik in aantal achteruit. De veldleeuwerik is koploper (met een afname van gemiddeld bijna 10% per jaar).

Hoge normoverschrijdingen van insecticiden in het oppervlaktewater van Utrecht

Sinds 2004 worden hoge normoverschrijdingen van carbendazim en dichloorvos gemeten in het oppervlaktewater van de provincie Utrecht, die een acute bedreiging voor insecten vormen.

Hoge normoverschrijdingen van insecticiden in het oppervlaktewater van Groningen

In het oppervlaktewater van de provincie Groningen werden in 2004 en 2007 hoge normoverschrijdingen van insecticiden (imidacloprid en aldicarb) gemeten, die een acute bedreiging voor insecten vormen.

Hoge normoverschrijdingen van insecticiden in het oppervlaktewater van Drenthe bedreigen grauwe klauwier

In het oppervlaktewater van de provincie Drenthe werden in 2005 en 2007 hoge normoverschrijdingen van insecticiden (imidacloprid, aldicarb en verschillende organofosfaten) gemeten, die een acute bedreiging voor insecten vormen. De in 2007 gemeten concentraties van imidacloprid in het oppervlaktewater van Emmererfscheidenveen vormen een bedreiging voor het huidige zwaartepunt van de bijna uitgestorven grauwe klauwier in Nederland (het Bargerveen in Zuidoost-Drenthe).

Hoge normoverschrijdingen van dichloorvos in het oppervlaktewater van de Achterhoek

In het oppervlakte water van de Achterhoek werden in 2005 hoge normoverschrijdingen van dichloorvos gemeten, die een acute bedreiging voor insecten vormen.

Hoge normoverschrijdingen van insecticiden in het oppervlaktewater van de Betuwe

In het oppervlakte water van Lienden in de Betuwe werden in 2006 en 2007 hoge normoverschrijdingen van insecticiden (fenoxycarb en imidacloprid) gemeten, die een acute bedreiging voor insecten vormen.

Hoge normoverschrijdingen van insecticiden in het oppervlaktewater van West-Friesland

Sinds 2004 worden hoge normoverschrijdingen van insecticiden (carbamaten en organofosfaten) gemeten in het oppervlaktewater van West-Friesland. Deze normoverschrijdingen vormen een acute bedreiging voor insecten.

Insecticidenbelasting van het Amsterdamse oppervlaktewater verklaart neergang huismus, gierzwaluw en weidevogels

In 2004 zijn extreme normoverschrijdingen van insecticiden (imidacloprid, carbamaten en organofosfaten) gemeten in het oppervlaktewater van de regio Amsterdam. Deze normoverschrijdingen vormen een dodelijke bedreiging voor insecten. Insectenschaarste zou het verdwijnen van de huismus en gierzwaluw in Amsterdam kunnen verklaren. De huismus voedt in de nestfase zijn jongen met insecten. De gierzwaluw voedt zich uitsluitend met insecten. Ook in andere grote steden zoals Rotterdam, Den Haag, Londen, Edinburgh en Glasgow, Hamburg, Praag en Moskau is de huismus zo goed als uitgestorven. Ook de negatieve ontwikkeling van de weidevogels in Amstelland, de Vechtstreek en Eemland kan met insectenschaarste in verband staan. Sinds 1997-1998 gaan tureluur, slobeend, graspieper, grutto, scholekster, kievit en veldleeuwerik in aantal achteruit. De veldleeuwerik is koploper (met een afname van gemiddeld bijna 10% per jaar).

Hoge normoverschrijdingen van insecticiden in oppervlaktewater van Goeree-Overflakkee bedreigen wilde bijensoorten en Strandplevier

In 2007 zijn hoge normoverschrijdingen van insecticiden (imidacloprid en carbendazim) gemeten in het oppervlaktewater van Goeree-Overflakkee. Deze normoverschrijdingen vormen een acute bedreiging voor insecten. In Zuid-Holland komt de moshommel alleen nog maar voor in enkele buitendijkse gebieden in de Delta: de Beninger Slikken, Tiengemeten, de Slikken van Flakkee en de Hompelvoet. Deze vier gebieden zijn in 2008 en 2009 door EIS-Nederland nader onderzocht. Op de Beninger Slikken en Tiengemeten zijn nog grote populaties van de moshommel aanwezig, maar de populatie van de moshommel op de Slikken van Flakkee is vermoedelijk klein. Op de Hompelvoet was de populatie rond 2000 groot, maar lijkt imiddels bijna verdwenen te zijn. Ook met de overige wilde bijensoorten van het eiland gaat het slecht. De Slikken van Flakkee zijn de belangrijkste broedplaats in Noordwest-Europa van de Strandplevier Charadrius alexandrinus. Het aantal broedparen van de Strandplevier op de Slikken van Flakkee is in 2008 fors afgenomen (32 paren tegenover 62 paren in 2007).

Hoge normoverschrijdingen van insecticiden in het oppervlaktewater van Zeeland

In 2004 zijn hoge normoverschrijdingen van insecticiden (carbamaten en organofosfaten) gemeten in het oppervlaktewater van de provincie Zeeland. Deze normoverschrijdingen vormen een acute bedreiging voor insecten.

Insecticidenbelasting van Limburgs oppervlaktewater verklaart uitsterven van Grauwe Gors

Sinds 2005 werden hoge normoverschrijdingen van insecticiden (carbamaten en organofosfaten) gemeten in het oppervlaktewater van de provincie Limburg. Deze normoverschrijdingen vormen een acute bedreiging voor insecten Insectenschaarste zou het uitsterven van de Grauwe Gors in Limburg kunnen verklaren.

Hoge normoverschrijdingen van insecticiden in het oppervlaktewater van Noord-Brabant

Sinds 2004 worden hoge normoverschrijdingen van insecticiden (imidacloprid en verschillende organofosfaten en carbamaten) gemeten in het oppervlaktewater van de provincie Noord-Brabant. Deze normoverschrijdingen vormen een acute bedreiging voor insecten.

Zware insecticidenbelasting Rijnmondse oppervlaktewater verklaart verdwijnen huismus

In de regio Rijnmond werd in in 2006 en 2007 een extreme belasting van het oppervlaktewater met insecticiden (imidacloprid, verschillende carbamaten en organofosfaten) gemeten. Er kan weinig twijfel bestaan dat deze oppervlaktewater verontreiniging een dodelijke bedreiging voor insecten vormt. In heel Rotterdam vliegt bijna geen huismus meer rond, maar uit onderzoek blijkt nu dat tientallen kwetteraars zich hebben verstopt in Diergaarde Blijdorp. De vogeltjes hebben vooral het olifantenhok uitgezocht om te 'wonen'. De temperatuur vinden ze lekker, in de mest zitten veel onverteerbare zaden en de vogels voeden zich met insecten. Ook in andere grote steden zoals Amsterdam, Den Haag, Londen, Edinburgh en Glasgow, Hamburg, Praag en Moskau is de huismus zo goed als uitgestorven.

Het oppervlaktewater van de Hoeksche Waard is zwaar belast met insecticiden

In de Hoeksche Waard werd in 2007 een extreme belasting van het oppervlaktewater met insecticiden (imidacloprid, carbendazim en chloorpyrifos) gemeten. Er kan weinig twijfel bestaan dat deze oppervlaktewater verontreiniging een dodelijke bedreiging voor insecten vormt.

Insecticidenbelasting Groene Hart correleert met leegloop van bijen, dagvlinders en weidevogels

In het Groene Hart is sinds 2004 sprake van een extreme belasting van het oppervlaktewater met insecticiden (imidacloprid en verschillende organofosfaten en carbamaten). Er kan weinig twijfel bestaan dat deze oppervlaktewater verontreiniging een dodelijke bedreiging voor insecten vormt. In 2008 'verdween' 67 procent van de bijenpopulatie en het gaat slecht met de dagvlinders in het Groene Hart. De gestreepte waterroofkever Graphoderus bilineatus, die voor 1980 wijd verspreid was in Nederland, komt nu in Zuid-Holland buiten de Nieuwkoopse Plassen vrijwel zeker niet meer voor. Ook is er sinds de eeuwwisseling een leegloop van weidevogels in de laagveengebieden van het Groene Hart, die een gevolg van insectenschaarste door extreme belasting van het oppervlaktewater met insecticiden zou kunnen zijn.

Insecticidenbelasting van de Zuiderzeepolders correleert met insecten- en vogelschaarste

In Zuiderzeepolders is sinds 2004 sprake van een zware belasting van het oppervlaktewater met insecticiden (imidacloprid en verschillende organofosfaten en carbamaten). Er kan weinig twijfel bestaan dat deze oppervlaktewater verontreiniging een acute bedreiging voor insecten vormt. In 2008 was er dan ook een opvallende schaarste aan vogels en insecten in Flevoland, die door milieuverontreiniging met insecticiden kan zijn veroorzaakt. De bijensterfte onder de Almeerse bijenvolken is dit jaar hoger uitgevallen dan verwacht. ,,Bijna de helft is verloren gegaan'', zegt Cor Dol van Imkervereniging Almere.

Het oppervlaktewater van het Noord-Hollands zandgebied is zwaar belast met insecticiden

In het Noord-Hollands zandgebied is sinds 2004 sprake van een extreme belasting van het oppervlaktewater met insecticiden (imidacloprid en verschillende organofosfaten en carbamaten). Er kan weinig twijfel bestaan dat deze oppervlaktewater verontreiniging een acute bedreiging voor insecten vormt.

Zware belasting oppervlaktewater van de Bollenstreek met imidacloprid en carbamaten verklaart krimpende populatie gierzwaluwen

In de Bollenstreek is sinds 2004 sprake van een extreme belasting van het oppervlaktewater met imidacloprid en verschillende carbamaten. De imidacloprid belasting van het oppervlaktewater in Nederland is het hoogst in de Bollenstreek. Er kan weinig twijfel bestaan dat deze oppervlaktewater verontreiniging een dodelijke bedreiging voor insecten vormt. In Noordwijk-Binnen was in 2008 voor het eerst in jaren sprake van een krimpende populatie van de gierzwaluw, die zich uitsluitend met insecten voedt. De achteruitgang bedroeg ruim 14% in vijf jaar. In de periode 1993 - 2008 zijn minimaal 124 nestplaatsen verdwenen.

Insecticidenbelasting Westlandse oppervlaktewater verklaart neergang van huismus, spreeuw en gierzwaluw

In het Westland is sinds 2004 sprake van een extreme belasting van het oppervlaktewater met insecticiden (imidacloprid en verschillende organofosfaten). Er kan weinig twijfel bestaan dat deze oppervlaktewater verontreiniging een dodelijke bedreiging voor insecten vormt. In de regio Delft is het huismussen-, spreeuwen-, en gierzwaluwenbestand de afgelopen jaren flink terug gelopen en een verband met insectenschaarste door oppervlaktewaterverontreiniging met insecticiden kan niet worden uitgesloten. Huismus en spreeuw voeden in de nestfase hun jongen met insecten, en gierzwaluwen voeden zich uitsluitend met insecten.

Antwoord Minister op Kamervragen over het gehalte imidacloprid in oppervlaktewater

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Bestrijdingsmiddelen in oppervlaktenwater

24 september 2009 - kamerstuk

Kamerbrief met antwoorden op Kamervragen over het gehalte imidacloprid in oppervlaktewater. Verschillende partijen werken aan het convenant om bepaalde stoffen, waaronder imidacloprid, terug te dringen.

Geachte voorzitter,

Hierbij zend ik u, mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, de antwoorden op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater (nr. 2009Z14546).

Extreme Normoverschrijdingen van Imidacloprid in Nederlands oppervlaktewater in 2007

Onlangs gaven de waterschappen en waterbeheerders nieuwe meetgegevens vrij over imidacloprid in Nederlands oppervlaktewater. De toestand is zeer alarmerend: ook in 2007 zijn in het westen van Nederland extreme normoverschrijdingen van imidacloprid in het oppervlakte water gemeten. De hoogste gemeten imidacloprid concentratie (15 maart 2007) overschreed meer dan 4.000 keer de (ad hoc) MTR (maximaal toelaatbaar risiconiveau) norm voor oppervlaktewater. Veel normoverschrijdingen in de Randstad liggen veel hoger dan de imidacloprid concentraties die in laboratorium studies binnen enkele dagen sterfte van insecten veroorzaken.

Bollenteelt op zandgrond belast het oppervlaktewater met bestrijdingsmiddelen

Het overgrote deel van de neerslag zal in de bodem infiltreren en een hoog percentage van de neerslag zal naar de ondergrond worden afgevoerd. In het op deze wijze afgevoerde water kunnen zich opgeloste bestrijdingsmiddelen bevinden (uitspoeling). In het algemeen geldt dat zandgronden door hun chemische eigenschappen het meest kwetsbaar zullen zijn voor uitspoeling van bestrijdingsmiddelen. Dit verklaart ook waarom de bollenteelt, die zich in Nederland concentreert op een strook zandgrond van Den Helder tot Wassenaar, extreme normoverschrijdingen van bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater veroorzaakt. In Nederland stroomt het grondwater van de (middel)hoog gelegen infiltratiegebieden naar de kwelgebieden, die te vinden zijn in de laagste delen van het land. Uiteindelijk zal al het grondwater via oppervlaktewaterstelsels worden afgevoerd.

Denemarken: voorbeeldig waterbeheer

De drinkwatervoorziening in Denemarken behoort tot de beste ter wereld. Bijna al het drinkwater wordt gewonnen uit grondwater. Sinds de jaren tachtig is echter duidelijk geworden dat ook diepgelegen grondwater gevoelig is voor besmetting met meststoffen, pesticiden en andere vervuiling. Sinds 1994 worden daarom steeds meer wetten aangenomen ter bescherming van het grondwater. De grootste en de beste grondwaterreservoirs zijn aangewezen als beschermde drinkwatergebieden. Sinds 1998 is het Pesticide Leaching Assessment Programme in werking, dat al in een vroeg stadium van het gebruik van nieuwe bestrijdingsmiddelen door middel van veldonderzoek in verschillende regio's van Denemarken gegevens levert over grondwaterverontreiniging aan de voor het watermanagement verantwoordelijke Danish Environmental Protection Agency (EPA). Dergelijke gegevens kunnen tot een herziening van de toepassing van een nieuw bestrijdingsmiddel leiden.

Pesticide Leaching Leads to Groundwater Contamination

The European Plant Protection Products Registration Directive (91/414/EEC) requires that there is not an unacceptable impact on non-target organisms in the aquatic and terrestrial environment and that the annual average concentration of an active substance or relevant metabolite does not exceed 0.1 microgram per liter in any ground water. Leaching is a major process for the transport of pesticides to ground and surface water. Four factors govern the potential for groundwater contamination by pesticides passing through the soil: properties of the soil and of the pesticide, hydraulic loading (total amount of water applied to the soil) on the soil, and crop management practices. The most sensitive soil is an irrigated sandy soil with very low organic matter content. The least sensitive soil is a well-drained clayey soil with high organic matter content. Recommended methods to reduce pesticide entry into water from leaching are restricted application areas, to restrict application to products with appropriate properties to minimise leaching, to manage soil structure e.g. create fine tilth to increase sorption and retention, and to incorporate additives to soil surface e.g. organic material or stabilisers.

The Danish Pesticide Leaching Assessment Programme

The aim of the Danish Pesticide Leaching Assessment Programme initiated in 1998 is to monitor whether pesticides or their degradation products leach to groundwater under actual field conditions when applied in the prescribed manner. In cases where a pesticide or its degradation products leach to the groundwater the monitoring results generated by the programme should provide a basis for reassessment of the substance by the Danish Environmental Protection Agency. The programme presently evaluates the leaching risk of 40 pesticides and 27 metabolites at five agricultural sites ranging in size from 1.1 to 2.4 ha. The neonicotinoid insecticides imidacloprid and clothianidin were not included in this programme. The neonicotinoid insecticide thiamethoxam did not leach during the monitoring period (a highly significant result). Pronounced leaching was observed with the carbamate insecticide pirimicarb.

Inhalt abgleichen