
De belangrijkste argumenten op een rij.
Bijen zijn belangriijk voor de mens:
Bestuivers zijn onmisbaar voor 35% van de wereld voedsel en veevoerproductie. (Klein et al., 2006).
Bijen zijn belangrijk voor de natuur:
- Meer dan twintigduizend verschillende bijensoorten zorgen wereldwijd dat 80% van alle plantensoorten zich voort kunnen planten en kunnen evolueren. In een wereld zonder bijen sterft 80% van alle plantensoorten uit. (Vaissière et al., 2005)
De bijensterfte in Nederland van gehele bijenvolken is in 6 jaar verdubbeld. (WUR, 2009)
Waarom stoppen met Imidacloprid en Clothianidine?
1. De risicos voor bijen
- Zeer giftig voor bijen (onomstreden feit)
- Bij lage dosis maakt het bijen al ziek (vrijwel onomstreden, bijvoorbeeld Halm et al., 2006; zie ook Suchail et al, 2004)
- Verstoort het navigatievermogen van bijen (Yang et al., 2008; Halm et al., 2006; Bonmatin et al., 2006)
- Het Ctgb gaat bij de beoordeling van een toelatingsaanvraag uit van oude testmethoden die niet zijn toegesneden op de nieuwe risico's van systemische gewasbeschermingsmiddelen. (Halm et al., 2006 en Maxim en Van der Sluijs, 2007)
Chronische en stapelende effecten worden niet gesignaleerd door de klassieke toxiciteittests omdat
die alleen de acute sterfte van individuele bijen meten. Ook de kooiproef de tunnelproef en de veldproef bleken in Frankrijk niet toereikend om dit soort effect aan te tonen terwijl het er bij grootschalige toepassing van imidacloprid in de zonnebloem en mais teelt wel bleek te zijn met als gevolg massale bijensterfte.
- de natuurlijke afbraakproducten (zogenaamde metabolieten) van Imidacloprid zijn nog giftiger voor bijen dan Imidacloprid zelf (onomstreden feit)
- Komt van niet-bloeiende planten via honingdauw (uitgescheiden door ondemeer luizen) die bijen verzamelen ook in bijen terecht (zie toelatingsbesluit Ctgb Admire-O-Tec).
- Zit in normoverschrijdende hoeveelheden in het Nederlandse oppervlaktewater (Bestrijdingsmiddelenatlas))
- Imidacloprid komt 2 jaar na gebruik op een stuk grond nog steeds in pollen en nectar terecht van bloeiende planten op die grond (gemeten, onweerlegbaar feit).
- Clothianidine is zeer persistent in de bodem (halfwaardetijd typisch 830 dagen), is vrij mobiel in de bodem en kan naar het grondwater sijpelen of aflopen naar oppervlaktewater
2. Imidacloprid staat op nummer 1 in de top tien van de meest milieubelastende werkzame stoffen volgens metingen uit de bestrijdingsmiddelenatlas. (Tussenevaluatie van de nota Duurzame
gewasbescherming, MNP, 2006)
- Imidacloprid komt in de kassen en bollengebieden in alarmerende hoeveelheden voor in het oppervlaktewater, tussen de 5 en 300x boven de grenswaarde voor het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau.
Zie: www.bijensterfte.nl/node/21.
Bijen fourageren op oppervlaktewater en voeden ook hun broed hiermee. Langs deze weg krijgen ze ook imidacloprid binnen. Wilde planten nemen imidacloprid op uit het oppervlaktewater. Als het vervuilde oppervlaktewater voor irrigatie wordt gebruikt verspreidt de imidacloprid zich naar andere gewassen, die het vanwege het systemische karakter van het middel zeer effectief opnemen in de sapstroom, waarmee het ook weer in pollen en nectar komt van onbehandelde gewassen.
3. De haalbaarheid van de maatregel
- Een van de weinige oorzaken van de achteruitgang van de bijenstand die we zelf relatief eenvoudig weg kunnen nemen met een verbod.
- Het gaat om welgeteld drie probleemstoffen: Imidacloprid, Clothianidine en Thiamethoxam. Er zijn honderden stoffen die als insecticide zijn toegelaten. (zie de omstreden toelatingsbesluiten)
- De co-op, het grootste landbouw bedrijf van Engeland kan het ook zonder en heeft daar vrijwillig voor gekozen. (Co-op, Plan Bee, 2009)
- Alle biologische boeren in Nederland doen het al jaren zonder deze middelen. Dit zijn bloeiende bedrijven. Het kan dus zonder.
Wat is het belang van producent Bayer?
Bayer heeft het patent op imidacloprid en zette in 2007 voor 556 miljoen € om aan imidaloprid wereldwijd. Wat betreft omzet staat het middel nummer 1 in de top 10 products 2007 van Bayer (Bayer, key facts and figures 2007/2008, pagina 5)
Is een verbod de enige oplossing?
Nee, er zijn andere manieren om te zorgen dat bijen minder imidacloprid binnen krijgen. Daarvoor is wel nodig dat het probleem onderkend wordt en niet ontkend wordt. Men kan denken aan een restrictievere toelating in alle gevallen waar bijen fourageren op de behandelde gewassen en een betere handhaving van de gebruiksinstructies. Verder zouden imkers gemakkelijk toegang moeten hebben tot kaarten met informatie over waar er hoeveel gebruikt is en wanneer, zodat ze hun bijen kunnen verplaatsen. Als tuinders en boeren op hun netvlies hebben dat het van cruciaal belang is dat imidacloprid niet in het oppervlaktewater komt, zullen ze er meer rekening mee houden en ook beter nadenken over hoe bijen er tegen beschermd kunnen worden, bijvoorbeeld door bloeiend onkruid tussen behandelde aardappels en suikerbieten weg te halen of de imker te waarschuwen. Als de (mogelijkheid van de) link tussen imidacloprid en de teruglopende bijenstand ontkend wordt, dan werkt dat onachtzaam gebruik en illegale lozingen van spuiwater uit kassen in de hand.
Zie voor argumenten voor het blijven gebruiken van imidacloprid:
Positiepaper IRS - kenniscentrum suikerbietenteelt
Column Jaap van Wenum LTO Nederland
Forum bijdrage aan Agrarisch Dagblad 5mrt 2010
De nieuwe Nederlandse regelgeving om bijensterfte tegen te gaan, gaat niet ver genoeg, vindt hoogleraar Jeroen van der Sluijs. Er kan beter geïnvesteerd worden in een bijvriendelijke maisteelt, in plaats van een symbolische investering door het ombouwen van maiszaaimachines.
Kamervragen aan de ministers van LNV en van VROM over bijenvolksterfte door onduurzame maisteelt gesteld op 5 maart 2010
Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over bijenvolksterfte door onduurzame maisteelt.
1. Kent u het bericht ‘Duurzame maisteelt raakt steeds verder uit zicht[1] ’?
2. Deelt u de mening van Dr. Van der Sluijs dat het inzetten van deflectoren op maiszaaimachines een end-of-pipe maatregel is en dat deze maatregel het probleem niet oplost? Zo neen, waarom niet?
3. Deelt u de analyse van Dr. Van der Sluijs dat een deflector de hoeveelheid gif die in het milieu komt niet verandert en dat gelet op de lange verblijftijd (tot 2 jaar) van imidacloprid in het milieu het gif uiteindelijk toch in bijenvolken terecht komt en dat dat gecombineerd met het feit dat imidacloprid een CT-gif is waarvoor de Regel van Haber geldt[2] vastgesteld moet worden dat het enige te verwachten effect van een deflector is dat de bijenvolken dan later aan chronische vergiftiging sterven in plaats van vlak na het zaaien aan acute vergiftiging (‘de wet van behoud van ellende’ zoals dit ook wel aangeduid wordt)?
In navolging van Frankrijk besloot Italie op 17 september 2008 uit voorzorg een moratorium (voorlopig verbod in afwachting van meer onderzoek) in te stellen op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met werkzame stoffen clothianidine, thiamethoxam, imidacloprid of fiproniel voor zaadbehandeling (clothianidine, thiamethoxam en imidacloprid zijn neonicotinoiden), omdat deze toepassing in verband is gebracht met verhoogde bijensterfte.
Een onderzoeksprogramma (APENET) onderzoekt ondermeer het effect van het verbod. Na het Italiaanse verbod daalde het aantal meldingen van hoge bijensterfte tijdens het zaaien van mais van 185 gevallen (2008) naar 3 gevallen (2009). De 3 gevallen in 2009 waren allen te herleiden tot illegale zaadbehandeling. Deze onderzoeksuitkomsten waren mede aanleiding om op 14 september 2009 het moratorium met een jaar te verlengen.
Hieronder een volledige vertaling van het Italiaanse besluit.
Lees hier het pleidooi van Arie Koster voor de Honingbij als gidssoort van het biodiversiteitsjaar 2010.
Bloemrijke vegetaties zijn niet alleen goed voor bijen, maar ook voor dagvlinders en andere insecten. Veel van deze insecten leven van kleine dieren die schadelijk kunnen zijn voor de land- en tuinbouw en de planten in onze tuin. Schadelijke dieren worden ook wel plaagdieren genoemd. Dit zijn onder meer bladluizen, slakken, rupsen en larven van insecten.
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Kamervragen over bijensterfte
24 september 2009 - kamerstuk
Kamerbrief met antwoorden op Kamervragen waarin de minister meldt dat er geen reden voor paniek is over de bijensterfte. Het bijenbestand is groot genoeg om te voldoen aan bestuivingswensen van telers.
Geachte Voorzitter,
Hierbij zend ik u, mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de antwoorden op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over bijensterfte (nr. 2009Z13985).
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Kamervragen over het Italiaanse verbod op neonicotinoïden
24 september 2009 - kamerstuk
Kamerbrief met antwoorden op vragen over bijensterfte als gevolg van verkeerd gebruik van neonicotinoïden voor het coaten van maïszaad. Zulke ondeugdelijke methoden zijn er in Nederland niet geweest.
Betreft Kamervragen over het Italiaanse verbod op neonicotinoïden
Geachte Voorzitter,
Hierbij zend ik u, mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de antwoorden op de vragen het lid Thieme (PvdD) over het Italiaanse verbod op neonicotinoïden (nr. 2009Z14565).
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Bestrijdingsmiddelen in oppervlaktenwater
24 september 2009 - kamerstuk
Kamerbrief met antwoorden op Kamervragen over het gehalte imidacloprid in oppervlaktewater. Verschillende partijen werken aan het convenant om bepaalde stoffen, waaronder imidacloprid, terug te dringen.
Geachte voorzitter,
Hierbij zend ik u, mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, de antwoorden op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater (nr. 2009Z14546).
Op 7 september 2009 stuurde minister Gerda Verburg de volgende brief aan de kamer:
Geachte Voorzitter,
Hierbij informeer ik u over de uitvoering van de motie-Waalkens c.s. (28625, nr. 81). Tevens stuur ik u, op verzoek van de vaste Kamercommissie voor LNV (2009Z08910/2009D25143), hierbij mijn inzet ten behoeve van akkerrandenbeheer als aanvulling op de aan u gezonden brief over bijensterfte van 18 mei 2009 (DL/2009/1082).
De drinkwatervoorziening in Denemarken behoort tot de beste ter wereld. Bijna al het drinkwater wordt gewonnen uit grondwater. Sinds de jaren tachtig is echter duidelijk geworden dat ook diepgelegen grondwater gevoelig is voor besmetting met meststoffen, pesticiden en andere vervuiling. Sinds 1994 worden daarom steeds meer wetten aangenomen ter bescherming van het grondwater. De grootste en de beste grondwaterreservoirs zijn aangewezen als beschermde drinkwatergebieden. Sinds 1998 is het Pesticide Leaching Assessment Programme in werking, dat al in een vroeg stadium van het gebruik van nieuwe bestrijdingsmiddelen door middel van veldonderzoek in verschillende regio's van Denemarken gegevens levert over grondwaterverontreiniging aan de voor het watermanagement verantwoordelijke Danish Environmental Protection Agency (EPA). Dergelijke gegevens kunnen tot een herziening van de toepassing van een nieuw bestrijdingsmiddel leiden.
The Netherlands is not the only country that started a petition to ask policy makers to take measures to stop honeybee decline. The UK Soil Association has started a petition calling on the Government to protect honeybees and ban neonicotinoid pesticides. See:
http://www.soilassociation.org/Takeaction/Savethehoneybee/tabid/434/Default.aspx
The text of the petition is:
We, the undersigned support the Soil Association in calling on Hilary Benn, the UK’s Secretary of State for Environment, Food & Rural Affairs to ban neonicotinoid pesticides with immediate effect. These pesticides have been shown to kill honeybees and are thought to be a contributory factor in the recent dramatic increase in honeybee deaths.
In a briefing paper the background of the petition is explained.
Op 1 juli a.s. staat bijensterfte op de agenda van het Algemeen Overleg van de vaste kamercommissie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) over Verduurzaming glastuinbouw. De vergadering is openbaar. De agenda vindt u hieronder.
Meer weten over wat glastuinbouw te maken heeft met bijensterfte? Bekijk de studium generale lezing Bijensterfte en insecticiden van toxicoloog Dr. Henk Tennekes, of lees de feiten over normoverschrijding en falende handhaving van imidacloprid in het Nederlandse oppervlaktewater in vooral de glastuinbouwgebieden (zie ook kaartje hieronder).

Links: Normoverschrijding imidacloprid in oppervlaktewater volgens bestrijdingsmiddelenatlas [Centrum voor Milieuwetenschappen, Universiteit Leiden en Rijkswaterstaat-Waterdienst, download datum kaartje 9 mei 2009], rechts: bijenvolksterfte winter 2008-2009 gemiddeld per provincie volgens Bijenmonitor NCB.
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
12 juni 2009 - kamerstuk
Kamervragen over de bijensterfte.
Geachte Voorzitter,
Hierbij zend ik u, mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de antwoorden op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over bijensterfte en gewasbeschermingsmiddelen (nr. 2009Z08438).
Burger en natuurbeheerder Jaap Molenaar, imker Peter Slootweg en wetenschapper Jeroen van der Sluijs hebben samen het initiatief genomen tot een petitie Stop de bijensterfte. De petitie is een reactie op de teleurstellende kamerbrief van minister Verburg en roept op tot het nu al nemen van een breed pakket van maatregelen tegen bekende oorzaken. De minister wil alleen meer onderzoek laten doen en stelt maatregelen uit.
Teken de petitie.
Meer over de petitie kunt u vinden op:
honingbijen.wordpress.com/actuele-situatie-actie-stop-bijensterfte/
Persbericht LNV 29-05-2009 (zie ook ons commentaar)
In Nederland is gebrek aan goede en betrouwbare informatie over bijenhouderij en bijensterfte. Meer onderzoek naar bijenziekten, goede data, en het in kaart brengen van de Nederlandse imkerij is nodig voor het vinden van oplossingen voor bijensterfte. Daarom trekt minister Gerda Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) voor de komende drie jaar ongeveer één miljoen euro uit voor monitoring en onderzoek. Dit schrijft de minister in een brief aan de Tweede Kamer.

Figuur 1: Bijensterftecijfers volgens Bijenmonitor Coloss. De rode balkjes geven het totale percentage van de volken in de monitor die die de winter niet overleefden. De grijze balkjes geven het percentage aan waarbij de verschijnselen met CCD overeenkwamen.
1. Inleiding
Over bijensterfte verschenen de afgelopen maanden talloze publicaties in de media, informeerde de minister van LNV de kamer, discussieerden imkers op het imkerforum van Bijenhouden.nl. , en kon de omvang vanaf april real-time gevolgd worden op www.beefriends.org. Niet alleen het sterftecijfer bleek van belang, maar ook hoe dit geïnterpreteerd moet worden. Is een hoge sterfte een natuurlijk verschijnsel dat zich zo af en toe voordoet en dat bijen zelf oplossen in de zwermperiode of is er sprake van een structureel probleem waarbij bijensterfte een indicator is van problemen die een grotere reikwijdte hebben? Daarbij werden door de media met name klimaatveranderingen en straling door zendmasten opgepakt. Vanuit imkerzijde werd gewezen op het gebruik van pesticiden in de landbouw, door gemeentelijke diensten en door particulieren.
Naast het leveren van zo goed mogelijke cijfers en argumenten voor deze publieke discussie is onze invalshoek het vaststellen van de dynamiek van bijensterfte in omvang en verspreiding om te kunnen evalueren of maatregelen die worden genomen zinvol zijn, en of er verschillen tussen dode volken te onderscheiden zijn die kunnen verwijzen naar verschillende ziekteverwekkers . In de vragenlijsten van 2007 en 2008 hebben wij met name onderzocht of sterfte met kenmerken van CCD (Colony Collapse Disorder) te onderscheiden viel van andere bijensterfte. CCD wordt in Nederland vaak omschreven met ‘verdwijnziekte’. In dit artikel gebruiken wij verder de term CCD.
Imidaclopridgebruik in Nederland, Bron: CBS
| jaar | aantal bedrijven | grootte oppervlak met gebruik (ha) |
gebruik (kg) |
| 1995 | 2381 | 5335 | 668 |
| 1998 | 6470 | 22631 | 4047 |
| 2000 | 8258 | 28976 | 5473 |
| 2004 | 8683 | 40007 | 6377 |
Conclusie: in ca 10 jaar tijd is het gebruik van imidacloprid in Nederland vertienvoudigd.
Opmerking: een kilo lijkt niet veel, maar Ca. 0,1 nanogram imidacloprid geeft al gedragseffecten op een bij, dus met 1 gram imidacloprid kun je in theorie tienmiljard bijen van slag brengen door ze allemaal 0,1 nanogram toe te dienen.
Voorjaar 2007 heeft Stichting Natuur en Milieu twee bezwaarschriften ingediend bij het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (thans Ctgb)
[Bijgewerkt op 19 mei 2009]
In een rapport van Alterra uit 2006 zijn emissies van bestrijdingsmiddelen uit de Nederlandse land- en tuinbouw in kaart gebracht. De normoverschrijdingen zijn het ergst bij de bloembollenteelt en de glastuinbouw.
Het rapport heeft niet naar de risico's voor bijen gekeken maar heeft wel veel voor de bijenhouderij alarmerende concentraties imidacloprid in het oppervlaktewater gevonden. Via bloeiende planten langs de slootkanten kunnen bijen er aan worden blootgesteld en ook via planten die water krijgen uit vervuilde sloten. Omdat imidacloprid een systemisch insecticide is wat zeer effectief door de wortels wordt opgenomen en in de sapstroom van de plant terecht komt, zijn de te verwachten concentraties in de planten (en dus pollen en nectar) in deze gebieden naar verwachting aanmerkelijk hoger dan de concentraties in het water, en die zijn al zeer alarmerend. Bovendien fourageren bijen ook rechtstreeks op water en voeden het broed hiermee. Op sommige meetpunten zit de concentratie imidacloprid in het water maar liefst 300 keer boven het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR = 0.013 µg/L voor Imidacloprid, waarden van 4 µg/L zijn gemeten).
Er zijn 218 metingen in 2006 die boven de 5*MTR uitkomen (de rode stippen op onderstaande kaart), uitgaand van de 2006 MTR van 0.013 µg/l. De mediaan is 0.31 µg/l (dus op de helft van de rode punten op de kaart zit imidacloprid 24x of meer boven de MTR) en het gemiddelde van de rode stippen is 0.49 µg/l (dus gemiddeld zit op een rode stip op de kaart de concentratie 37x boven de MTR norm).

Kaart van normoverschrijdingen Imidacloprid in Nederlands Oppervlaktewater 2006
Bron: Bestrijdingsmiddelenatlas
[Centrum voor Milieuwetenschappen, Universiteit Leiden en Rijkswaterstaat-Waterdienst, download datum kaartje 9 mei 2009]

Op het bovenstaand plaatje rechts de actuele sterftecijfers van bijenvolken zoals Romée van der Zee die heeft gevonden voor het jaar 2008 in haar monitoringprogramma. (Imkers van Nederland: het is cruciaal voor ons wetenschappers dat jullie de vragenlijsten van Romée invullen of je nu veel of weinig sterfte hebt, we hebben ALLE gegevens nodig, liefst van alle imkers, anders komen we er niet uit! - de link met imidacloprid is een hypothese en nog geen wetenschappelijk vastgesteld verband in Nederland, we willen weten of we op het goede spoor zitten of dat we deze factor uit kunnen sluiten en dat kan alleen met monitoringgegevens. Jullie medewerking is erg belangrijk.)
Meer nu over de gemeten overschrijdingen van het toegestane imidaclopridgehalte in Nederlands Oppervlaktewater. In een reeks documenten vonden we alarmerende feiten:
Jaap Molenaar is vandaag een weblog gestart over Honingbijen en hun bedreigingen:
honingbijen.wordpress.com
Het motto van de blog is: Stop bijensterfte, verbied schadelijke insecticiden (neonicotinoide groep).
In de blog zal regelmatig verslag worden gedaan van alle ontwikkelingen. Tevens zal de stand worden bijgehouden van het aantal burgers dat deze actie ondersteunt maar ook de standpunten van diverse organisaties, bedrijven en politieke partijen. Bezoek de blog
Vragen van het lid Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over de bijensterfte. (Ingezonden 6 mei 2009)
Zie: Kamerstuk 2009Z08438 voor meer informatie.
In de afgelopen 15 jaar heeft het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden in Wageningen de toelating van drie systemische insecticiden die zeer giftig zijn voor bijen gestaag verruimd voor tal van gewassen. Het gaat metname om imidacloprid en de laatste jaren ook om clothianidine en thiamethoxam. Vanaf 2004 is de toelating ingrijpend verruimd en daarmee is het gebruik zeer sterk toegenomen: meer dan vertienvoudigd. In de bestrijdingsmiddelenatlas (www.bestrijdingsmiddelenatlas.nl) is dit vanaf 2004 dan ook terug te zien in de sterke toename van normoverschrijdingen van imidacloprid in het oppervlaktewater van met name de glastuinbouw en bollengebieden. De laatste drie jaar is de toelating opnieuw fors verruimd
Een overzicht van de belangrijkste toelatingsbesluiten van het Ctgb:
Honey bees vital for agricultural industry
Sue Kedgley, New Zealand Herald 4 May 2009
New Zealand is slowly waking up to the realisation that honey bees are indispensable to our agriculture, horticulture, environment and economy.
Ezine, 26 March 2009
These comments, submitted by the National Honey Bee Advisory Board to EPA concerning the registration of imidacloprid, a systemic pesticide produced by Bayer Chemical Company, have been edited here because of length. But the stories have not been changed or altered. The NHBAB consists of beekeepers from both the AHPA and the ABF, and represents most of the nation’s commercial beekeepers. EPA now must act on these and other comments regarding this compound. At the same time, this group of beekeepers and Bayer are meeting to discuss continued research with this compound. Time will tell if increased regulation, or more precise research improve the situation.
Beekeepers from around the United States, and around the world, have had persistent problems associated with the use of the systemic pesticide imidacloprid. Since the first uses of imidacloprid in France in 1994 on sunflowers beekeepers reported problems. Soon the condition was given a name in France: “mad bee disease.” Problems reported by beekeepers, combined with mounting independent scientific data, caused the French Minister of Agriculture to suspend the use of imidacloprid on sunflowers in January of 1999. In February 2004, France extended the suspension to include uses on corn. At the same time they further broadened the ban on systemic insecticides to include the chemical fipronil.